ECLI:NL:OGEAA:2018:405

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
12 juli 2018
Zaaknummer
E.J. nr. AUA201800886
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:268 lid 2 BW ArubaArt. 1:272 lid 1 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot bekrachtiging voorlopige toevertrouwing minderjarige

Het Openbaar Ministerie heeft op 20 maart 2018 de minderjarige onttrokken aan het gezag van de moeder en voorlopig toevertrouwd aan de Voogdijraad. De moeder oefent het ouderlijk gezag alleen uit, aangezien alleen het moederschap vaststaat.

Het OM heeft binnen de wettelijke termijn van veertien dagen de bekrachtiging van deze voorlopige toevertrouwing gevorderd. Tijdens de zitting op 22 mei 2018, waar de officier van justitie, vertegenwoordigers van de Voogdijraad en de moeder aanwezig waren, is het verzoek inhoudelijk besproken.

Uit het rapport van de Voogdijraad en de mondelinge behandeling blijkt echter niet dat de wettelijke gronden voor onttrekking en voorlopige toevertrouwing aanwezig zijn zoals vereist in artikel 1:268 lid 2 BW Pro Aruba. Daarom is het verzoek niet toewijsbaar en heeft het gerecht het verzoek tot bekrachtiging afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing is afgewezen wegens ontbreken van wettelijke gronden.

Uitspraak

Beschikking van 3 juli 2018
behorend bij E.J. nr. AUA201800886
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op vordering van
HET OPENBAAR MINISTERIE,
in Aruba,
vertegenwoordigd door de officier van justitie,
om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad
van de minderjarige:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba,
van wie de moeder is:
[de moeder], de moeder,
wonende in Aruba.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- de vordering ingediend op 3 april 2018,
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 22 mei 2018, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y. Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad, mevrouw [medewerker], en de moeder van de minderjarige in persoon.
De

2.DE FEITEN

2.1
Ten aanzien van de minderjarige staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het ouderlijk gezag over de minderjarige alleen uitoefent.
2.2
Op 20 maart 2018 heeft het openbaar ministerie de aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd.

3.DE BEOORDELING

3.1
Ingevolge artikel 1:272, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan het openbaar ministerie op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing - in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW Pro - van een ouder uit het gezag kunnen leiden, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd.
3.2
De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de toevertrouwing nog van kracht is.
3.3
Uit het door de Voogdijraad omtrent de uitgebrachte rapport noch uit het ter zitting besprokene blijkt dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige toevertrouwing bestaan, zodat het verzoek niet toewijsbaar is. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.
3.4
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven op 3 juli 2018 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.