ECLI:NL:OGEAA:2018:406
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bekrachtiging voorlopige toevertrouwing en teruggave minderjarige aan moeder
Het openbaar ministerie had verzocht om de voorlopige toevertrouwing van een minderjarige aan de Voogdijraad te bekrachtigen, nadat het gezag over de minderjarige aan de moeder was onttrokken. De minderjarige is geboren in 2008 uit een relatie tussen de moeder en een vader die in Jamaica woont. De moeder oefent het gezag alleen uit.
De voorlopige toevertrouwing was op 20 maart 2018 aan de Voogdijraad gegeven en het openbaar ministerie had tijdig om bekrachtiging verzocht. Tijdens de zitting, die achter gesloten deuren plaatsvond, werd het rapport van de Voogdijraad besproken.
Het gerecht oordeelde dat uit het rapport en de zitting niet bleek dat de wettelijke gronden voor voorlopige toevertrouwing aanwezig waren. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de teruggave van de minderjarige aan de moeder bevolen.
Uitkomst: Het verzoek tot bekrachtiging van voorlopige toevertrouwing wordt afgewezen en de minderjarige wordt aan de moeder teruggegeven.