ECLI:NL:OGEAA:2018:406

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
12 juli 2018
Zaaknummer
E.J. nr. AUA201800887
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:268 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bekrachtiging voorlopige toevertrouwing en teruggave minderjarige aan moeder

Het openbaar ministerie had verzocht om de voorlopige toevertrouwing van een minderjarige aan de Voogdijraad te bekrachtigen, nadat het gezag over de minderjarige aan de moeder was onttrokken. De minderjarige is geboren in 2008 uit een relatie tussen de moeder en een vader die in Jamaica woont. De moeder oefent het gezag alleen uit.

De voorlopige toevertrouwing was op 20 maart 2018 aan de Voogdijraad gegeven en het openbaar ministerie had tijdig om bekrachtiging verzocht. Tijdens de zitting, die achter gesloten deuren plaatsvond, werd het rapport van de Voogdijraad besproken.

Het gerecht oordeelde dat uit het rapport en de zitting niet bleek dat de wettelijke gronden voor voorlopige toevertrouwing aanwezig waren. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de teruggave van de minderjarige aan de moeder bevolen.

Uitkomst: Het verzoek tot bekrachtiging van voorlopige toevertrouwing wordt afgewezen en de minderjarige wordt aan de moeder teruggegeven.

Uitspraak

Beschikking van 3 juli 2018
behorend bij E.J. nr. AUA201800887
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op vordering van
HET OPENBAAR MINISTERIE,
in Aruba,
vertegenwoordigd door de officier van justitie,
om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad
van de minderjarigen:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in Jamaica,
van wie de moeder is:
[de moeder], de moeder,
wonende in Aruba.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- de vordering ingediend op 3 april 2018,
- het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 17 mei 2018;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 22 mei 2018, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y. Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad, mevrouw [medewerker], en de moeder in persoon.
De

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is geboren uit een affectieve relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft de minderjarige erkend en woont in Jamaica (adres onbekend).De moeder oefent het gezag over de minderjarige alleen uit.
2.2
Op 20 maart 2018 heeft het openbaar ministerie de aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd.

3.DE BEOORDELING

3.1
Op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing (in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW Pro) van een ouder uit het gezag kunnen leiden, kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd.
3.2
De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de toevertrouwing nog van kracht is.
3.3
Uit het door de Voogdijraad omtrent de uitgebrachte rapport noch uit het ter zitting besprokene blijkt dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige toevertrouwing bestaan, zodat het verzoek niet toewijsbaar is. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.
3.4
Gelet hierop zal de teruggave van de aan de moeder worden gelast.
3.5
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af,
beveelt de teruggave van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in Jamaica, aan de moeder.
Deze beschikking is gegeven op 3 juli 2018 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.