ECLI:NL:OGEAA:2018:418
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging voorlopige toevertrouwing minderjarige aan Voogdijraad Aruba
De minderjarige, geboren in 2015 uit een relatie tussen de moeder en vader, is erkend door de vader. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar bij eerdere beschikking is de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad bekrachtigd met schorsing van de moeder in het gezag.
De Voogdijraad verzocht om verlenging van deze voorlopige toevertrouwing voor drie maanden. Uit het verslag van de Voogdijraad en de mondelinge behandeling bleek dat de wettelijke gronden voor voorlopige toevertrouwing nog steeds aanwezig zijn en dat het belang van de minderjarige gediend is met voortzetting van het gezag door de Voogdijraad.
Het gerecht besloot daarom de voorlopige toevertrouwing te verlengen tot 20 augustus 2018, waarbij de moeder gedurende deze periode geschorst blijft in de uitoefening van het gezag. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad wordt verlengd tot 20 augustus 2018 met schorsing van de moeder in het gezag.