ECLI:NL:OGEAA:2018:512
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van vuurwapenbezit ter voorbereiding van misdrijf
Op 24 augustus 2018 vond de openbare terechtzitting plaats tegen verdachte, die werd bijgestaan door zijn raadsman. De officier van justitie eiste twintig maanden gevangenisstraf wegens het voorhanden hebben van een vuurwapen ter voorbereiding van een misdrijf. De verdachte ontkende het bezit van het vuurwapen en dat hij wist dat medeverdachte het bij zich had.
Het gerecht stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat het openbaar ministerie ontvankelijk was. Uit het dossier bleek dat medeverdachte een vuurwapen bij zich had, dat volgens zijn verklaring van verdachte was. Echter, er was geen steunbewijs voor deze verklaring en geen bewijs dat verdachte op de hoogte was van het vuurwapen.
Ook de zwarte kleding en muts die medeverdachte droeg, konden niet worden aangemerkt als voorwerpen bestemd tot het plegen van het strafbare feit. Het gerecht concludeerde dat het primair en subsidiair ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs bevatte en sprak verdachte vrij. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor het voorhanden hebben van een vuurwapen ter voorbereiding van een misdrijf.