ECLI:NL:OGEAA:2018:542

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 september 2018
Publicatiedatum
17 september 2018
Zaaknummer
AUA 201802500
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering lidmaatschap en royement in kort geding

In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat het besluit tot zijn royement als lid van de rechtspersoon in oprichting wordt vernietigd en dat hij wordt erkend als lid en bestuurder, met toegang tot alle verenigingsactiviteiten. De gedaagde voert verweer en vordert proceskostenvergoeding.

De rechtbank stelt vast dat het lidmaatschap volgens de statuten wordt verkregen door een schriftelijk en ondertekend verzoek via een lidmaatschapsformulier. Eiser heeft dit formulier niet ondertekend, wat hij ook niet betwist. Hierdoor is niet voldaan aan de formele vereisten voor lidmaatschap.

Hoewel eiser actief betrokken was bij activiteiten, kwalificeert dit hem volgens de statuten als medewerker en niet als lid. De rechtbank concludeert dat eiser geen lid was en wijst zijn vorderingen af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, maar niet in de daadwerkelijk gemaakte kosten, omdat geen sprake is van misbruik van procesrecht.

Uitkomst: Vordering tot vernietiging royement en erkenning lidmaatschap wordt afgewezen; eiser veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 12 september 2018
Behorend bij K.G. AUA 201802500
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[eiser],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [eiser],
gemachtigden: de advocaten mrs. E.M.J. Cafarzuza en D.G. Illes,
tegen:
de rechtspersoon in oprichting
[NAAM RECHTSPERSOON IN OPRICHTING],
te Aruba,
hierna ook te noemen: de [Gedaagde],
gemachtigden: de advocaten mrs. H.U. Thielman en D.L. Carolina,

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de brieven van 30 augustus 2018 met producties van de zijde van de [GEDAAGDE];
- de pleitnota van [eiser];
- de pleitnota’s van de [GEDAAGDE];
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 31 augustus 2018.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1 [
eiser] vordert dat het gerecht in kort geding bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
- het besluit tot royement van [eiser] vernietigt;
- de [GEDAAGDE] verplicht om rekening en verantwoording af te leggen;
- de [GEDAAGDE] verplicht om over te gaan tot rectificatie door de gelieerde organisaties mede te delen dat [eiser] nog steeds als lid/bestuurder deelneemt aan de [GEDAAGDE];
- de [GEDAAGDE] gebiedt om [eiser] als lid/bestuurder van de [GEDAAGDE] te beschouwen en hem toe te laten tot alle verenigingsactiviteiten;
met veroordeling van de [GEDAAGDE] in de proceskosten.
2.2
De [GEDAAGDE] voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten.

3.DE BEOORDELING

3.1 [
eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij lid was van de [GEDAAGDE].
3.2
Ingevolge artikel 4 van Pro de Statuten van de [GEDAAGDE] (hierna: de Statuten) bestaat de [GEDAAGDE] uit gewone leden, ereleden en medewerkers. Gewone leden zijn zij die zich als zodanig schriftelijk zijn ingeschreven (sub a). Medewerkers zijn zij die hun medewerking verlenen aan de [GEDAAGDE] als umpires, maar die om welke redenen dan ook geen lid van de [GEDAAGDE] zijn (sub c).
3.3
Ingevolge artikel 5, lid 1, van de Statuten wordt het lidmaatschap als gewoon lid verkregen door het invullen van een schriftelijk verzoek via een lidmaatschapsformulier van de [GEDAAGDE], waarover het bestuur beslist.
3.4
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat [eiser] het in artikel 5 van Pro de Statuten genoemde lidmaatschapsformulier niet heeft voorzien van een handtekening en aldus niet (volledig) heeft ingevuld, hetgeen door [eiser] niet wordt betwist. Wat dan ook de reden is geweest voor [eiser] om het lidmaatschapsformulier niet te tekenen, naar het voorlopig oordeel van het gerecht brengt het niet tekenen van het lidmaatschapsformulier met zich dat dient te worden geconcludeerd dat [eiser] geen schriftelijk verzoek heeft ingediend om gewoon lid te worden van de [GEDAAGDE]. Aldus heeft [eiser] niet voldaan aan de vereisten om lid van de [GEDAAGDE] te kunnen worden en wordt hij reeds daarom niet gevolgd in zijn stelling dat hij lid van de [GEDAAGDE] was. Dat [eiser] wel actief betrokken is geweest bij activiteiten en beslissingen van de [GEDAAGDE] maakt dat niet anders. Immers, ingevolge artikel 4 van Pro de Statuten bestaat de [GEDAAGDE] naast leden ook uit medewerkers. De [GEDAAGDE] heeft naar dit artikel verwezen en gesteld dat [eiser] actief bij de [GEDAAGDE] betrokken is geweest in zijn hoedanigheid van medewerker, hetgeen het gerecht op voorhand niet onaannemelijk dan wel onbegrijpelijk voorkomt.
3.5
De slotsom is dat niet aannemelijk is geworden dat [eiser] lid was van de [GEDAAGDE] zodat de feitelijk grondslag onder zijn vorderingen komt te vervallen. De vorderingen dienen derhalve te worden afgewezen.
3.6 [
eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de [GEDAAGDE] worden veroordeeld. Nu niet kan worden gezegd dat [eiser] misbruik heeft gemaakt van het procesrecht, zal het gerecht de [GEDAAGDE] niet volgen in haar vordering om [eiser] te veroordelen in de daadwerkelijk gemaakte kosten van de procedure.

4.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van de [GEDAAGDE] worden begroot op Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigden;
verklaart de proceskostenveroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 september 2018 in aanwezigheid van de griffier.