ECLI:NL:OGEAA:2018:554

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 september 2018
Publicatiedatum
25 september 2018
Zaaknummer
AUA201800797
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling partneralimentatie en draagkracht in verzorging minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de Voogdijraad tot vaststelling van partneralimentatie door de vader ten behoeve van de minderjarige, geboren in 2010 in Aruba. De vader erkende het kind en het verzoek strekte tot een maandelijkse bijdrage van Afl. 450,- vanaf 1 april 2018.

Tijdens de mondelinge behandeling verschenen de Voogdijraad, de moeder en de vader in persoon. De moeder stelde de kosten van verzorging en opvoeding op Afl. 903,58 per maand, welke niet door de vader werden betwist. De draagkracht van beide ouders werd vastgesteld aan de hand van loonstrookjes en forfaitaire kosten.

De moeder heeft een netto inkomen van circa Afl. 2.843,40 en een minimale onderhoudsbehoefte van Afl. 1.400,- plus huur en lening, waardoor zij een beperkte draagkracht heeft. De vader heeft een netto inkomen van circa Afl. 1.685,-, maar heeft nagelaten zijn financiële situatie volledig te onderbouwen. Het gerecht acht hem desalniettemin draagkrachtig.

Gezien de draagkracht en de kosten van verzorging en opvoeding bepaalt het gerecht een maandelijkse bijdrage van Afl. 400,- door de vader, ingaande 1 september 2018. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst verdere verzoeken af.

Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 400,- aan de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, ingaande 1 september 2018.

Uitspraak

Beschikking van 11 september 2018
behorend bij EJ nr. AUA201800797.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
gevestigd in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
en
[Verweerder],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbende:
[Naam], de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 22 maart 2018;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 19 juni 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de Voogdijraad bij mevrouw [vertegenwoordiger] en de moeder en de vader in persoon.
De uitspraak is

2.DE FEITEN

De thans nog minderjarige [Naam] (hierna: de minderjarige) is op [datum] 2010 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De vader heeft de minderjarige erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 450,- ingaande 1 april 2018 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.
De kosten van verzorging en opvoeding
4.3
De moeder heeft de kosten van de minderjarige bepaald op Afl. 903,58. De vader heeft deze kosten niet weersproken, zodat het gerecht ervan uit zal gaan dat de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige maandelijks Afl. 903,58 bedragen.
4.4
De draagkracht van de moeder
4.4.1
Blijkens de door de moeder overgelegde loonstrookjes bedraagt haar loon netto gemiddeld afgerond ca Afl. 2.843,40 per maand.
4.4.2
Bij de vaststelling van de draagkracht van de moeder gaat het gerecht er vanuit dat zij, een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in haar eigen onderhoud te voorzien. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Rekening houdend met het forfaitair bedrag aan kosten van Afl. 1.400,--, de huur van Afl. 500,-- en de persoonlijke lening Island Finance Afl. 469,76, houdt de moeder een bedrag van Afl. 473,- over.
4.5
De draagkracht van de vader
4.5.1
Blijkens de door de vader overgelegde salarisslips bedraagt zijn loon netto gemiddeld inclusief overwerk afgerond ca Afl. 1.685,- per maand. De vrouw betwist het inkomen van de man en stelt dat hij meer verdient.
4.5.2
Het gerecht zal rekening houden met het forfaitair bedrag aan kosten van Afl. 1.400,-. Uit het vorenstaande volgt dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van ca. Afl. 285,-, waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen.
4.5.3
Het gerecht overweegt dat, gelet op de gemotiveerde betwisting door de vrouw, van de man verwacht had mogen worden dat hij inzicht had moeten geven in zijn draagkracht en/of uitgavenpatroon van zijn bedrijf. De man heeft desondanks nagelaten een draagkrachtoverzicht in het geding te brengen, dan wel zijn uitgaven te specificeren aan de hand van onder meer rekeningen en bankafschriften. Op grond van het niet verder onderbouwen met stukken acht het gerecht aannemelijk dat de vader voldoende inkomsten heeft, dan wel in staat is die te verwerven. Uit dit alles volgt dat de vader draagkrachtig is.
4.6
Gelet op de draagkracht van partijen en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 400,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van die bijdrage zal worden bepaald op 1 september 2018.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de door de vader [Naam] met ingang van 1 september 2018 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam], geboren op [datum] 2010 in Aruba, op een bedrag van Afl. 400,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 11 september 2018 in aanwezigheid van de griffier.