ECLI:NL:OGEAA:2018:558

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
13 september 2018
Publicatiedatum
25 september 2018
Zaaknummer
AUA201802567
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 556 RvArt. 557 RvArt. 444 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens huurachterstand en beëindiging huurovereenkomst

De huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde is opgezegd na toestemming van de Huurcommissie, waarbij gedaagde geen beroep heeft ingesteld. Gedaagde heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd en is gesommeerd de woning te verlaten, maar is hier niet aan voldaan.

Eiser vordert ontruiming van de woning, betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente, en proceskosten. Het gerecht stelt vast dat gedaagde zonder recht of titel in de woning verblijft en wijst de ontruiming toe met een termijn van één maand.

De gevorderde dwangsom en machtiging voor ontruiming met sterke arm worden afgewezen, omdat de deurwaarder deze bevoegdheden zelfstandig kan uitoefenen. De achterstallige huur en wettelijke rente worden toegewezen, terwijl overige kosten en vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende specificatie.

Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van de huurachterstand met rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen één maand en betaling van achterstallige huur met wettelijke rente.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 13 september 2018
Behorend bij K.G. AUA201802567
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[Eiser],
te Aruba,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen:
[Gedaagde],
te Aruba,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 30 augustus 2018.
Aan partijen is medegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [
eiser] verhuurt aan [gedaagde] sinds 1 december 2017 de woning, plaatselijk bekend als [adres](hierna: de woning), tegen een maandelijkse huurprijs van Afl. 1.100,-.
2.2
Bij beschikking van 17 mei 2018 heeft de Huurcommissie toestemming verleend aan [eiser] om de huurovereenkomst met [gedaagde] op te zeggen dan wel te beëindigen. Daartegen heeft [gedaagde] geen beroep ingesteld. Bij brief van 24 mei 2018, die in elk geval op 6 juli 2018 aan [gedaagde] is betekend, is de huur opgezegd.
2.3 [
gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Per 3 juli 2018 bedroeg deze achterstand Afl. 4.435,-.
2.4
Op 6 juli 2018 is [gedaagde] gesommeerd om voormeld bedrag te betalen en de woning per 6 augustus 2018 te verlaten. Daaraan heeft [gedaagde] geen gevolg gegeven.

3.DE VORDERING

3.1 [
eiser] vordert dat het gerecht in kort geding bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
- [ gedaagde] beveelt om na betekening van het in deze te wijzen vonnis, de woning gelegen te [adres]te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze laatste niet het eigendom van [eiser] zijn en het pand daarbij onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, alles onder verbeurte van een dwangsom van Afl. 500,-- per dag, voor elke dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] nalaat om aan het in deze te geven rechterlijk bevel te voldoen;
- [ eiser] machtiging verleent om de ontruiming met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen indien [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, althans in goede justitie een andere voorziening treft;
- [ gedaagde] veroordeelt om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te voldoen het verschuldigd bedrag van Afl. 4.435,- aan huur, te vermeerderen met de kosten en de wettelijke rente vanaf 13 juli 2018, voorts met elke maand dat [gedaagde] in gebreke blijft;
- [ gedaagde] in de proceskosten veroordeelt.
3.2 [
eiser] grondt de vordering erop dat sprake is van wanprestatie aan de zijde van [gedaagde] en dat hij om die reden onderhevig is aan huurderving.
3.3 [
gedaagde] heeft verweer gevoerd.

4.DE BEOORDELING

4.1
Voor de beoordeling in kort geding is het uitgangspunt dat de huurovereenkomst door opzegging is geëindigd per (in elk geval) 6 augustus 2018. Deze opzegging is voorshands rechtsgeldig geweest, nu [eiser] gebruik heeft gemaakt van de op zijn verzoek gegeven beslissing van de Huurcommissie. Dit betekent dat [gedaagde] op dit moment zonder recht of titel in de woning verblijft. Reeds om deze reden kan de gevorderde ontruiming worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn op een maand zal worden gesteld.
4.2
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen, nu [eiser] zelf de ontruiming kan doen bewerkstelligen door inschakeling van de deurwaarder.
4.3
Uit het eerste lid van artikel 556 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat [eiser] de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. [eiser] heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als [gedaagde] niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft [eiser] dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan [gedaagde] wordt betekend, en dat aan [gedaagde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv Pro bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien [gedaagde] medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv Pro, waarin artikel 444 Rv Pro van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening – zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is – bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft [eiser] geen belang bij de verzochte machtiging.
4.4
Ten aanzien van de gevorderde betalingen, overweegt het gerecht als volgt. Het bedrag aan achterstallige huur is door [gedaagde] niet bestreden en zal dan ook (als voorschot) worden toegewezen. De gevorderde kosten zijn door [eiser] niet nader gespecificeerd en worden dan ook afgewezen. De gevorderde wettelijke rente over de achterstallige huur, zoals verzocht, is toewijsbaar. De vordering “voorts met elke maand dat [gedaagde] in gebreke blijft” is niet nader gespecificeerd en zal om die reden worden afgewezen.
4.5 [
gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, op na te melden wijze worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4.DE UITSPRAAK

Het gerecht:
beveelt [gedaagde] om binnen 1 maand na betekening van dit vonnis het gehuurde aan het adres [adres]te Aruba te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en goederen, tenzij deze goederen van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser];
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 4.435,- vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 13 juli 2018 tot aan de dag dat volledig zal zijn betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiser] worden begroot op Afl. 450,00 aan griffierecht en Afl. 469,68 aan explootkosten;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 13 september 2018 in aanwezigheid van de griffier.