ECLI:NL:OGEAA:2018:577
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onmiddellijke invrijheidstelling wegens vervangende hechtenis bij geldboete
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en een geldboete van Afl. 15.000, te vervangen door 110 dagen hechtenis. Na vervroegde invrijheidstelling uit de gevangenisstraf is eiser opnieuw in vervangende hechtenis genomen wegens het niet betalen van de geldboete.
Eiser vordert onmiddellijke invrijheidstelling en stelt dat zijn detentie onrechtmatig is vanwege vermeende fouten in het vonnis, onjuiste kennisgeving, het ontbreken van een rechtsgeldige last tot tenuitvoerlegging, slechte detentieomstandigheden en schending van het gelijkheidsbeginsel.
Het gerecht oordeelt dat het vonnis wel degelijk op eiser betrekking heeft, dat eiser tijdig op de hoogte was gesteld van de boete en de gevolgen van niet-betaling, en dat de vervangende hechtenis rechtmatig is. De omstandigheden in detentie zijn niet onrechtmatig en er is geen sprake van ongelijke behandeling.
De vordering wordt afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.