ECLI:NL:OGEAA:2018:596

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 oktober 2018
Publicatiedatum
4 oktober 2018
Zaaknummer
AUA201800185
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige wegens onvoldoende bedreiging

De Voogdijraad verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2005, met benoeming van een gezinsvoogdes voor de duur van één jaar. Dit verzoek werd ingediend vanwege gebrekkige communicatie tussen de ouders, het niet consistent meewerken van de moeder aan omgang met de vader, en de wens van de minderjarige om de vader niet te zien, waarbij de moeder dit standpunt ondersteunt.

De minderjarige is geboren uit het huwelijk van de ouders dat in 2013 is ontbonden, waarbij de moeder het eenhoofdig ouderlijk gezag heeft. Tijdens de mondelinge behandeling waren de moeder, de vader, de voorgestelde gezinsvoogdes en een medewerkster van de Voogdijraad aanwezig.

Het gerecht toetste het verzoek aan artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, dat ondertoezichtstelling mogelijk maakt indien het kind met zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd. Gezien het dossier en de zitting achtte het gerecht onvoldoende bewezen dat de minderjarige zodanig wordt bedreigd. Daarom werd het verzoek afgewezen.

De beschikking werd gegeven op 2 oktober 2018 door rechter E.M.D. Angela in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van bedreiging.

Uitspraak

Beschikking van 2 oktober 2018
behorend bij EJ nr. AUA201800185
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2005 in Aruba,
Belanghebbenden:
[de moeder], de moeder,
gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn,
[de vader], de vader,
gemachtigde: mr. R.J. Kock,
[de voorgestelde gezinsvoogdes] van de FUNDACION GUIA MI, de voorgestelde gezins.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 22 januari 2018,
  • het minderjarigenverhoor van 12 maart 2018,
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 20 maart 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde, de vader bij zijn gemachtigde, mevrouw [de voorgestelde gezinsvoogdes] namens de Fundacion Guia Mi en mevrouw [medewerkster] namens de Voogdijraad.
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit het huwelijk tussen de vader en de moeder is [de minderjarige] op [geboortedatum] 2005 geboren.
2.2
Bij beschikking van dit gerecht van 23 september 2013 (EJ nr. 1185/13) is de echtscheiding uitgesproken tussen de vader en de moeder. De moeder heeft thans het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige.

3.HET VERZOEK

3.1
Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar met benoeming van [de voorgestelde gezinsvoogdes] tot gezinsvoogdes.
3.2
De Voogdijraad heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Er is geen communicatie tussen de ouders. Moeder werkt niet consistent mee met het opbouwen van de omgang tussen de vader en de minderjarige. De minderjarige wil de vader niet zien en de moeder ondersteunt de minderjarige hierin in die zin dat zij van mening is dat de vader het standpunt van de minderjarige moet respecteren als hij de vader niet wenst te zien. Een ondertoezichtstelling is de meest geindiceerde kinderbeschermingsmaatregel om aan het recht van de minderjarige op omgang met zijn vader invulling te geven.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
4.2
Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de minderjarige met zedelijke en lichamelijke ondergang wordt bedreigd. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven op 2 oktober 2018 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.