ECLI:NL:OGEAA:2018:617
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring bezwaar tegen schorsing wegens ernstig plichtsverzuim
De zaak betreft het bezwaar van een ambtenaar tegen zijn schorsing op grond van artikel 87, aanhef en onder c, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma). De schorsing werd opgelegd vanwege een concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim, in het kader van een disciplinaire procedure.
De ambtenaar betwistte dat zijn handelen ernstig plichtsverzuim opleverde en stelde dat hij correct had gehandeld ondanks overmatige werkdruk en stress. Tevens voerde hij aan dat hij niet gehoord was voorafgaand aan de schorsing en dat eerdere gevallen van disproportioneel geweld niet tot schorsing hadden geleid, waarmee hij een beroep deed op het gelijkheidsbeginsel.
Het gerecht oordeelde dat de schorsing een ordemaatregel betreft die gerechtvaardigd is bij een concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim, waarbij het belang van de dienst het ongestoord functioneren vereist. De schorsing werd als redelijk en proportioneel beoordeeld, mede omdat het disciplinaire onderzoek voortvarend moet worden uitgevoerd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het hier om een ordemaatregel gaat.
Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de ambtenarenrechter op 8 oktober 2018 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de schorsing wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.