Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellante, van Dominicaanse nationaliteit en gehuwd met een in Aruba geboren Nederlander, heeft een optieverklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap ingediend. Verweerder heeft deze bevestiging geweigerd wegens een verblijfsgat van 10 januari 2014 tot 14 augustus 2015, waarin appellante niet over een geldige verblijfsvergunning beschikte.
Appellante betoogde dat zij al 23 jaar legaal in Aruba verbleef en dat zij niet tijdig op de hoogte was van de noodzaak tot omzetting van haar verblijfsstatus. Verweerder stelde dat het verblijfsgat een ononderbroken toelating in strijd bracht met artikel 6, eerste lid, onder g, van de Rijkswet.
Het gerecht oordeelde dat de verblijfsrechtelijke procedure en de optieprocedure gescheiden zijn en dat verweerder geen beleidsvrijheid heeft bij de bevestiging van het Nederlanderschap. Gezien het verblijfsgat was de weigering van de bevestiging terecht. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bevestiging van het Nederlanderschap gehandhaafd.