ECLI:NL:OGEAA:2018:653

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
30 oktober 2018
Publicatiedatum
13 november 2018
Zaaknummer
AUA201801370
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:394 BWAArt. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatieverplichting vader voor minderjarige

De Voogdijraad heeft namens de moeder een verzoek ingediend tot vaststelling van kinderalimentatie door de man, die wordt aangemerkt als de verwekker van de minderjarige geboren in 2005. De man is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend, ondanks behoorlijke oproeping.

Het gerecht stelt vast dat de man als verwekker verplicht is bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind volgens artikel 1:394 en Pro 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Gezien het ontbreken van enig verweer en de draagkracht van de moeder en behoefte van het kind, wordt een maandelijkse bijdrage van Afl. 280,- passend geacht.

De alimentatieverplichting gaat in op 1 juli 2018, een maand later dan verzocht, omdat de man geacht wordt niet eerder van het verzoek te hebben geweten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige verzoek wordt afgewezen.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 280,- per maand kinderalimentatie vanaf 1 juli 2018.

Uitspraak

Beschikking van 30 oktober 2018
behorend bij EJ nr. AUA201801370.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[VERWEERDER]
wonende in Aruba, [Adres],
VERWEERDER, hierna te noemen: de man,
niet verschenen.
Belanghebbende:
[Naam Belanghebbende 1], de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 21 mei 2018;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 18 september 2018, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig was [naam vertegenwoordiger] en dat de moeder in persoon is verschenen. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is

2.DE FEITEN

Uit de moeder is op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] geboren de thans nog minderjarige [Naam minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is niet erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de man tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 280,- ingaande 1 juni 2018 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt gesteld dat hij de verwekker is van de minderjarige en dat hij voldoende inkomen uit arbeid geniet.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Ingevolge artikel 1:394 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) is de verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, als ware hij ouder verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. Artikel 1:406 lid 1 BWA Pro bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
De man heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid zich te verweren en dient daarom als verwekker te worden aangemerkt. Gelet op de draagkracht van de moeder, de behoefte van de minderjarige en op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een door de man te betalen bijdrage van Afl. 280,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven, zij het dat de alimentatieverplichtingeen maand laterdan verzocht ingaat, omdat de man geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt de bijdrage van [verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats], uit de vrouw
[Naam Belanghebbende 1]op Afl. 280,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, met ingang van 1 juli 2018,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
wijst af het anders of meer verzochte.
Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 30 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.