ECLI:NL:OGEAA:2018:671
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen fictieve weigering vergunning tijdelijk verblijf investeerder
Appellante verzocht om een vergunning voor tijdelijk verblijf als investeerder op Aruba, welke door verweerder op 2 mei 2017 werd afgewezen. Appellante maakte bezwaar op 1 juni 2017, waarop verweerder niet tijdig besliste. Appellante stelde daarom beroep in op 19 oktober 2017 tegen het uitblijven van een beslissing.
Het Gerecht stelde vast dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van twaalf weken op het bezwaar had beslist, waardoor de zogenoemde ongemotiveerde fictieve weigering niet in stand kon blijven. Het beroep werd daarom ontvankelijk verklaard en gegrond.
Het Gerecht vernietigde de fictieve afwijzing en bepaalde dat verweerder binnen drie maanden een reële beslissing op het bezwaar moet nemen. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en terugbetaling van het griffierecht. Er werd gewezen op de mogelijkheid voor appellante om bij uitblijven van een beslissing een dwangsom te verzoeken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt verplicht binnen drie maanden een reële beslissing op het bezwaar te nemen.