Uitspraak
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 23 mei 2018;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 18 september 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader en de moeder in persoon.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De minderjarige is geboren in 2008 en erkend door de vader. In 2016 was bepaald dat de vader 375 gulden per maand aan kinderalimentatie betaalt. De vader verzocht om verlaging van dit bedrag naar nihil of 250 gulden vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder zijn huwelijk en twee nieuwe kinderen waarvoor hij alle kosten draagt.
De moeder vroeg om verhoging van de alimentatie naar 572,40 gulden. Het gerecht hanteerde een richtbedrag van 450 gulden voor verzorging en opvoeding, verhoogd tot 700 gulden vanwege extra kosten zoals ballet en oppas. De draagkracht van beide ouders werd vastgesteld aan de hand van hun netto-inkomens en lasten.
De vader heeft een netto-inkomen van circa 3.021 gulden, de moeder circa 1.848 gulden. Na aftrek van lasten blijft de vader 1.526 gulden over en de moeder 182 gulden. Gezien de kosten en draagkracht acht het gerecht het redelijk dat de vader 375 gulden per maand bijdraagt. Tevens wordt een betalingsregeling van 125 gulden per maand vastgesteld om de achterstand van 7.625 gulden vanaf juli 2016 in te lopen.
De verzoeken tot verlaging en verhoging van de alimentatie worden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.
Uitkomst: De alimentatie wordt vastgesteld op 375 gulden per maand met een betalingsregeling van 125 gulden voor de achterstand.