ECLI:NL:OGEAA:2018:694
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid en misleiding bij verblijfsvergunning Aruba
De zaak betrof de tenlastelegging dat verdachte in de periode juni tot december 2016 opzettelijk onjuiste gegevens zou hebben verstrekt over haar samenwoning met een medeverdachte, met het oog op het verkrijgen van een verblijfsvergunning en toelagen voor defensiepersoneel. Verdachte ontkende dit en hield vol dat zij wel samenwoonde met de medeverdachte.
Tijdens de terechtzitting op 18 oktober 2018 werd het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van getuigen zoals de beheerder van het appartementencomplex en voormalige verhuurders. Deze verklaringen boden echter onvoldoende overtuiging dat de verklaring van verdachte onwaar was. Onduidelijkheden over de aanwezigheid van verdachte bij het appartementencomplex en mogelijke miscommunicatie tussen werkgever en verbalisant speelden een rol.
Het Gerecht achtte het niet bewezen dat verdachte valselijk gegevens had verstrekt of een vals aanvraagformulier had opgemaakt. Het ontbreken van een liefdesrelatie en het feit dat er geen persoonlijke spullen van verdachte in het appartement van de medeverdachte werden gevonden, waren onvoldoende om tot een veroordeling te komen.
Daarom sprak het Gerecht verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Het vonnis werd uitgesproken op 8 november 2018 door rechter E.M.D. Angela in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van valsheid en misleiding omtrent samenwoning.