ECLI:NL:OGEAA:2018:74
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na honorering verzoek vergunning tijdelijk verblijf
Appellante verzocht op 1 september 2016 om een vergunning tot tijdelijk verblijf in Aruba zonder werkvergunning, onder garantie van haar echtgenoot. Dit verzoek werd bij beschikking van 13 januari 2017 afgewezen door verweerder. Appellante maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar na het uitblijven van een beslissing daarop stelde zij op 22 mei 2017 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de procedure gaf appellante op 5 december 2017 te kennen dat haar verzoek alsnog is gehonoreerd. Hierdoor was het belang bij het beroep komen te vervallen. Het gerecht verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat de fictieve afwijzende beschikking door verweerder dient te worden ingetrokken of gewijzigd ten gunste van appellante.
Verder werd gelast dat het betaalde griffierecht van 25 Arubaanse florin aan appellante wordt teruggegeven. Omdat het beroep niet tot vernietiging van de bestreden beschikking leidt, bestaat er geen grondslag voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan op 29 januari 2018 door rechter Winfield.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.