ECLI:NL:OGEAA:2018:752
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende onafgebroken legaal verblijf
Appellante, met de Colombiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd op Aruba. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereiste van tien jaar onafgebroken legaal verblijf. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het gerecht stelde echter vast dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard.
Inhoudelijk oordeelde het gerecht dat appellante gedurende de relevante periode van tien jaar meer dan de helft van de tijd buiten Aruba verbleef, hetgeen niet voldoet aan de wettelijke vereiste voor het verkrijgen van de verblijfsvergunning. Appellante had haar medische redenen voor verblijf in het buitenland niet onderbouwd. Daarom werd het bezwaar ongegrond verklaard en de primaire beschikking bevestigd.
Het gerecht vernietigde de bestreden beschikking en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 26 november 2018.
Uitkomst: De aanvraag voor een verblijfsvergunning werd terecht afgewezen wegens onvoldoende onafgebroken legaal verblijf.