Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[appellant],
DE MINISTER VAN TOERISME, VOLKSGEZONDHEID EN SPORT,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
bezwaarvan appellant. Partijen hebben geen hoger beroep ingesteld tegen voornoemde uitspraak.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellant verzocht om een koffiehuis- en restaurantvergunning B, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na diverse procedures werd de vergunning uiteindelijk verleend in oktober 2015. Appellant vroeg vervolgens schadevergoeding voor de huurkosten over de periode dat hij zonder vergunning exploiteerde.
Het gerecht overwoog dat voor vergoeding van materiële schade vereist is dat de schade verband houdt met een onrechtmatig besluit. Hoewel de eerdere afwijzing onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, betekent dit niet automatisch dat verweerder schadeplichtig is. Appellant had onvoldoende onderbouwd dat hij reeds in 2012 aan alle voorwaarden voldeed.
Daarnaast was de exploitatie zonder vergunning voor eigen risico van appellant, zeker gezien de overlast voor buurtbewoners. Ook een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens trage besluitvorming kon niet in deze procedure worden beoordeeld.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.