ECLI:NL:OGEAA:2018:77
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bevestiging optieverklaring Nederlanderschap wegens verblijfsgat
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Gouverneur van Aruba die haar verzoek tot bevestiging van haar optieverklaring tot Nederlanderschap heeft afgewezen. Zij stelde zich op het standpunt dat zij gelijkgesteld moest worden aan een in de Nederlandse Antillen geboren Nederlander en dat haar een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd had moeten worden verleend, mede vanwege haar huwelijk met een genaturaliseerde Nederlander.
Het gerecht overwoog dat uit de relevante jurisprudentie niet volgt dat de echtgenoot van een in de Nederlandse Antillen geboren of genaturaliseerde Nederlander niet toelatingsplichtig is of automatisch recht heeft op een vergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder stelde dat appellante niet voldeed aan de vereiste van een onafgebroken verblijf van vijftien jaar, omdat zij tussen 2 oktober 2001 en 9 april 2003 zonder geldige verblijfsvergunning in Curaçao verbleef, wat een verblijfsgat oplevert.
Appellante betwistte dit verblijfsgat niet, maar beriep zich op gelijkstelling met in de Nederlandse Antillen geboren Nederlanders. Het gerecht oordeelde dat dit verweer niet slaagt en dat het verblijfsgat de afwijzing van haar verzoek rechtvaardigt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.C.E. Winfield op 29 januari 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen zes weken na dagtekening.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard vanwege het verblijfsgat dat haar aanvraag tot bevestiging van de optieverklaring in de weg staat.