ECLI:NL:OGEAA:2018:790
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring omtrent gedrag wegens recente veroordeling voor drugshandel
Klager, een Dominicaanse nationaliteit hebbende persoon, verzocht om een verklaring omtrent gedrag (VOG) om zijn verblijfsstatus in Aruba te regelen. Verweerder wees dit verzoek af omdat klager bij onherroepelijk vonnis was veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren (waarvan één jaar voorwaardelijk) voor overtreding van de Landsverordening verdovende middelen.
Klager betoogde dat hij de VOG nodig had om een verblijfsvergunning te verkrijgen, een baan te vinden en zijn gezin te onderhouden. Tevens gaf hij aan kankerpatiënt te zijn en zijn medicijnen te moeten betalen. Het gerecht oordeelde echter dat gezien de aard en ernst van het strafbare feit en de recente veroordeling verweerder terecht bezwaren had tegen klager.
Op grond van artikel 22, eerste lid, van de Landsverordening verklaring omtrent gedrag (Lv VOG) was verweerder verplicht de verklaring te weigeren. De klacht van klager werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De klacht tegen de weigering van de verklaring omtrent gedrag wordt ongegrond verklaard.