ECLI:NL:OGEAA:2018:816
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onvoldoende onafgebroken legaal verblijf in Aruba
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verlening van een vergunning voor onbepaalde tijd in Aruba. Verweerder had het verzoek afgewezen omdat appellant niet kon aantonen dat hij gedurende tien jaren onafgebroken legaal in Aruba verbleef.
De procedure begon met een beschikking van 13 januari 2017, gevolgd door een ongegrond verklaard bezwaar op 30 oktober 2017. Het beroep werd behandeld op 28 mei 2018 en het vonnis werd uitgesproken op 1 oktober 2018.
De kern van het geschil betrof de periode van 25 november 1998 tot eind maart 2002, waarin appellant volgens verweerder niet in het bezit was van een geldige verblijfstitel. Appellant betwistte dit, maar verweerder toonde met stukken aan dat het verzoek tot verblijfstitel in die periode was afgewezen.
Op grond hiervan oordeelde het gerecht dat appellant niet voldeed aan de eis van minimaal tien jaren onafgebroken legaal verblijf, zoals vereist in artikel 7a, tweede lid, van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (Ltuv). Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen zes weken na dagtekening van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet kan aantonen tien jaren onafgebroken legaal verblijf te hebben in Aruba.