ECLI:NL:OGEAA:2018:820
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning tijdelijk verblijf Aruba
Verzoekster, een Venezolaanse vrouw die sinds maart 2018 op Aruba verblijft met haar Nederlandse dochter, heeft een aanvraag voor een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf ingediend. Deze aanvraag is door verweerder op 18 oktober 2018 afgewezen. Verzoekster heeft vervolgens een bezwaarschrift ingediend en een verzoek tot schorsing van de beschikking ex artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Tijdens de zitting op 19 november 2018 is besproken dat verzoekster een verblijfsvergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst kan aanvragen. Verweerder heeft aangegeven dat deze vergunning mogelijk kan worden verleend, waardoor verzoekster niet in de illegaliteit hoeft te belanden en geen aanhouding dreigt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen voldoende spoedeisend belang heeft aangetoond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Er is geen sprake van een dreigende verwijdering of aanhouding, en verzoekster heeft geen andere spoedeisende omstandigheden gesteld. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.