ECLI:NL:OGEAA:2018:820

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 december 2018
Publicatiedatum
7 januari 2019
Zaaknummer
AUA201803460
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning tijdelijk verblijf Aruba

Verzoekster, een Venezolaanse vrouw die sinds maart 2018 op Aruba verblijft met haar Nederlandse dochter, heeft een aanvraag voor een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf ingediend. Deze aanvraag is door verweerder op 18 oktober 2018 afgewezen. Verzoekster heeft vervolgens een bezwaarschrift ingediend en een verzoek tot schorsing van de beschikking ex artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).

Tijdens de zitting op 19 november 2018 is besproken dat verzoekster een verblijfsvergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst kan aanvragen. Verweerder heeft aangegeven dat deze vergunning mogelijk kan worden verleend, waardoor verzoekster niet in de illegaliteit hoeft te belanden en geen aanhouding dreigt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen voldoende spoedeisend belang heeft aangetoond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Er is geen sprake van een dreigende verwijdering of aanhouding, en verzoekster heeft geen andere spoedeisende omstandigheden gesteld. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

Uitspraak van 3 december 2018
Lar nr. AUA201803460

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[verzoekster],

verblijvende in Aruba,
VERZOEKSTER,
gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van verweerder van 18 oktober 2018 is het verzoek van verzoekster, tot verlening van een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf, afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft verzoekster op 30 oktober 2018 een bezwaarschrift ingediend.
Op 30 oktober 2018 heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift ex artikel 54 van Pro de Lar ingediend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 19 november 2018. Verzoekster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder bij zijn gemachtigde.
Uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Wettelijk kader
1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
Feiten
2.1
Verzoekster is op 5 juni 1982 in Venezuela geboren en heeft de Venezolaanse nationaliteit.
2.2
Verzoekster is op 30 maart 2018 Aruba binnengekomen samen met haar dochter Elizabeth Miranda Wong, geboren op 13 augustus 2016 in Venezuela.
2.3
Voornoemde dochter is erkend door Chesley Theron Wong, geboren op 9 juli 1977 in Aruba. De dochter heeft de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster en Chesley Theron Wong oefenen gezamenlijk het gezag uit over de dochter.
2.4
Verweerder heeft aan de dochter een verklaring afgegeven dat de Landsverordening Toelating, Uitzetting en Verwijdering niet op haar van toepassing is.
2.5
Bij beschikking van verweerder van 18 oktober 2018 is het verzoek van verzoekster, tot verlening van een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf, afgewezen.
Spoedeisend belang
3.1
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Niet is gebleken dat verzoekster een voldoende spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter begrijpt dat de onzekerheid over de afwijzing van haar verzoek tot verlening van een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf een vervelende situatie is, echter blijkt niet dat een verwijdering van verzoekster op korte termijn dreigt. Aan verzoekster is namelijk geen bevel inbewaringstelling en/of bevel verwijdering afgegeven c.q. aangezegd. Bij afwezigheid van een dergelijke dreiging is voor toepassing van artikel 54 van Pro de Lar, zoals door verzoekster verzocht, geen plaats.
3.2
Ter zitting is besproken dat verzoekster een verblijfsvergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst, kan aanvragen. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat die vergunning mogelijk aan verzoekster verleend kan worden en dat verzoekster in dat geval niet in de illegaliteit hoeft te belanden. In dat geval dreigt geen aanhouding.
3.3
Verzoekster heeft voorts niet met feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een ander spoedeisend belang. De vraag of verweerder op goede gronden het verzoek van verzoekster heeft afgewezen dient in de bodemprocedure beantwoord te worden.
3.4
Gelet op het vorenoverwogene zal het verzoek worden afgewezen.
3.5
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.