ECLI:NL:OGEAA:2018:94
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling wegens geldlening faalt niet op verjaring; bewijs handtekening vereist
Eiseres, moeder van gedaagde, vordert betaling van een bedrag van Afl. 135.806,13 wegens een vermeende renteloze geldlening die zij aan gedaagde heeft verstrekt. Gedaagde betwist dit en stelt dat het om een schenking gaat en dat een deel van de vordering is verjaard.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op verjaring onvoldoende is toegelicht omdat gedaagde niet heeft aangegeven wanneer de vordering opeisbaar werd. De verjaringstermijn van vijf jaar is daarom niet van toepassing. Vervolgens is in geschil of de vordering berust op een geldlening of schenking.
Eiseres legt een document over waarin gedaagde een schuld erkent, maar gedaagde betwist de echtheid van zijn handtekening onder deze akte. De rechtbank wijst erop dat eiseres de bewijslast draagt en staat haar toe de originele akte te deponeren voor handschriftonderzoek. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat eiseres de originele akte deponeren voor handschriftonderzoek en houdt verdere beslissing aan.