ECLI:NL:OGEAA:2019:12
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bij uitblijven beslissing verblijfsvergunning
Appellant maakte bezwaar tegen de afwijzing van verblijfsvergunningen voor zijn kinderen op grond van gezinshereniging. Tegen het uitblijven van een beslissing op deze bezwaarschriften stelde hij op 9 mei 2018 beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Het Gerecht oordeelde dat appellant niet tijdig in beroep was gekomen. De bezwaaradviescommissie had de termijn voor het uitbrengen van haar advies verlengd, waardoor het beroep uiterlijk op 17 juli 2017 ingediend had moeten zijn. Het beroepschrift werd echter pas op 9 mei 2018 ingediend, ruim na deze termijn.
Appellant kreeg de gelegenheid aan te tonen dat hij het beroepschrift zo spoedig mogelijk had ingediend, maar faalde hierin omdat zijn brief pas op 31 juli 2018 werd ingediend, na de gestelde uiterste datum van 24 juli 2018.
Op grond van artikel 32, onderdeel a, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) verklaarde het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 7 januari 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.