ECLI:NL:OGEAA:2019:121

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
13 februari 2019
Publicatiedatum
11 maart 2019
Zaaknummer
AUA201803275
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 127 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voeging van civiele zaken wegens ontbreken belang

In deze civiele procedure verzocht eiseres om voeging van twee zaken die betrekking hebben op een vordering tot schadevergoeding als gevolg van hetzelfde ongeval. De eerste zaak was echter reeds op 16 januari 2019 afgerond met een veroordeling van gedaagde 1 tot betaling van een geldbedrag.

Gedaagde 1 verzette zich tegen de voeging omdat niet aan alle vereisten van artikel 127 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering was voldaan, met name omdat niet dezelfde partijen betrokken waren in beide zaken. Gedaagde 2 voerde geen verweer tegen de voeging.

Het gerecht oordeelde dat eiseres geen rechtens te respecteren belang meer had bij de voeging, aangezien de eerste zaak niet meer aanhangig was. Daarom wees het gerecht het verzoek tot voeging af en veroordeelde eiseres in de kosten van het incident. De hoofdzaak blijft voortgezet worden met de procedure tegen gedaagde 1, met een nieuwe rolzitting gepland op 13 maart 2019.

Uitkomst: Het verzoek tot voeging van de zaken wordt afgewezen wegens ontbreken van belang.

Uitspraak

Vonnis van 13 februari 2019
Behorend bij A.R. AUA201803275
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het incident tot voeging in de zaak van:
[Eiseres],
te Aruba,
eiseres in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
hierna ook te noemen: [eiseres ],
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
tegen
[gedaagde 1,
te Aruba,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
hierna ook te noemen: [gedaagde 1 ],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
[gedaagde 2]
te Aruba,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
hierna ook te noemen: [gedaagde 2 ],
procederend in persoon,
en
[Eiseres],
te Aruba,
hierna ook te noemen: eiseres,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand
tegen
[gedaagde 1 ],
te Aruba,
hierna ook te noemen: [gedaagde 1 ],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de incidentele conclusie van [eiseres ];
de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde 1 ];
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.

2.DE VORDERING

2.1 [
eiseres ] verzoekt dat de zaak met nummer AUA201703575 op voet van artikel 127 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering voeging daarvan met de zaak onder nummer AUA201803275 en vice versa.
2.2 [
gedaagde 1 ] verzet zich hiertegen. Hij stelt dat niet aan alle vereisten van artikel 127 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering is voldaan, nu het niet gaat over zaken waarbij dezelfde partijen betrokken zijn.
2.3 [
gedaagde 2 ] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen verweer gevoerd tegen de voeging van de voornoemde zaken.
2.4 [
eiseres ] grondt het verzoek erop de zaken verknocht zijn omdat in beide procedures gaat het om een vordering tot schadevergoeding als gevolg van hetzelfde ongeval.

3.DE BEOORDELING

3.1
In de zaak met nummer AUA201703275 blijkt dat vonnis is gewezen op 16 januari 2019, waarbij [gedaagde 1 ] is veroordeeld tot het betalen van Afl. 7.657,-. Het gerecht is gelet hierop van oordeel dat [eiseres ] geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij toewijzing van het verzoek, nu die zaak niet meer aanhangig is bij het gerecht. Aan een verdere beoordeling van het verzoek komt het gerecht niet toe.
3.2
De conclusie van antwoord in de hoofdzaak zijdens [gedaagde 2 ] bevindt zich al in het dossier. Het gerecht zal ervan uitgaan dat die is genomen ter zitting van 12 december 2018. In die zaak kan dus voort geprocedeerd worden in de stand waarin deze zich bevind.
3.3 [
eiseres ] wordt veroordeeld in de kosten van het incident.

4.DE UITSPRAAK:

Het gerecht:
in het incident:
wijst de vordering af,
veroordeelt [eiseres ] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde 1 ] begroot op Afl. 500,- voor salaris van de gemachtigde en aan de zijde van [gedaagde 2 ] op nihil,
in de hoofdzaak:
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 13 maart 2019 voor het nemen van een conclusie van antwoord zijdens [gedaagde 1 ],
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.