ECLI:NL:OGEAA:2019:153

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 maart 2019
Publicatiedatum
29 maart 2019
Zaaknummer
AUA201801321
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 LarArt. 53 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting bestuursorgaan tot beslissing op bezwaar met dwangsom opgelegd

Verzoeker heeft een verzoek ex artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) ingediend omdat de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu geen beslissing heeft genomen op zijn bezwaar, ondanks een eerdere uitspraak van het gerecht die de afwezigheid van een beschikking gelijkstelde aan een afwijzing.

Het gerecht constateert dat verweerder niet heeft voldaan aan de verplichting om binnen drie maanden na de uitspraak van 8 januari 2018 een nieuwe beslissing te nemen. Daarom wordt verweerder opgedragen alsnog binnen twee maanden een beslissing te nemen op het bezwaar.

Daarnaast legt het gerecht een dwangsom op van 500 gulden per dag dat verweerder in gebreke blijft na deze termijn. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, begroot op 500 gulden.

De uitspraak is gedaan door rechter N.K. Engelbrecht tijdens een openbare terechtzitting op 11 maart 2019.

Uitkomst: Verweerder wordt verplicht binnen twee maanden een beslissing op bezwaar te nemen en een dwangsom opgelegd bij niet-naleving.

Uitspraak

Uitspraak van 11 maart 2019
Lar nr. AUA201801321
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek ex artikel 53 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
[verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes,
gericht tegen:
de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu,
zetelende in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van dit gerecht van 8 januari 2018 (LAR AUA201700615) is onder andere het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het gemaakte bezwaar vernietigd, en is bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een nieuwe beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker.
Op 16 mei 2018 heeft verzoeker onderhavig verzoek ex artikel 53 van Pro de Lar ingediend.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen.
2.2
Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 8 januari 2018.
2.3
Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoeker heeft beslist. Aangenomen dient dan ook te worden dat verweerder geen gevolg heeft gegeven aan voormelde uitspraak. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een beslissing op het bezwaar van verzoeker te nemen binnen een termijn van twee maanden na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom.
2.4
Nu verzoeker met recht onderhavig verzoek heeft gedaan en hierdoor noodzakelijke kosten heeft gemaakt door met gemachtigde op te treden, zal verweerder in de kosten van dit geding worden veroordeeld, die begroot worden op een bedrag van Afl. 500,-.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- bepaalt dat verweerder binnen twee maanden na dagtekening van deze uitspraak alsnog een beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker;
- bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoeker verbeurt van Afl. 500,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft om na bovengenoemde termijn van twee maanden een beslissing op bezwaar te nemen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoeker voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2019 in aanwezigheid van de griffier.