Uitspraak
,
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
3.DE VORDERING
4.DE BEOORDELING
.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer trad in 2014 in dienst bij Riu als houseman en raakte in januari 2016 tijdens werkzaamheden betrokken bij een bedrijfsongeval waarbij hij letsel aan zijn rechterpink opliep. De werknemer stelde dat de werkgever tekort was geschoten in haar zorgplicht omdat de kar waarmee hij werkte niet deugdelijk was, wat tot het ongeval leidde.
De werkgever voerde verweer en stelde dat de werknemer mede verantwoordelijk was voor het gewicht van de kar en dat de werkzaamheden geen bijzondere veiligheidsmaatregelen vereisten. Het gerecht overwoog dat de werkgever niet aansprakelijk was omdat de werknemer bekend was met de werkzaamheden en het ongeval niet te wijten was aan een gebrek aan handvatten op de kar.
Daarnaast werd geoordeeld dat de werkgever zich niet onrechtmatig had gedragen door de arbeidsovereenkomst te beëindigen na langdurige arbeidsongeschiktheid, aangezien de werkgever conform wettelijke voorschriften toestemming had verkregen en geen passende arbeid hoefde aan te bieden.
De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Wel werd hem toestemming verleend om kosteloos te procederen vanwege zijn onvermogen.
Uitkomst: De vordering van de werknemer tot schadevergoeding wordt afgewezen en de werkgever is niet tekortgeschoten in haar zorgplicht.