Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
§ 4 Het beleggen van vermogen, met uitzondering van onroerende zaken
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende, een Aruba Vrijgestelde Vennootschap (AVV), verstrekte substantiële geldleningen aan haar certificaathouder. De Inspecteur stelde dat deze leningen niet als beleggen van vermogen kwalificeren, waardoor de winst niet vrijgesteld zou zijn van winstbelasting. Belanghebbende stelde dat de activiteiten zich beperken tot vrijgestelde activiteiten en beriep zich op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel.
Het Gerecht overwoog dat beleggen van vermogen volgens het Landsbesluit betekent dat het bezit van het vermogensbestanddeel gericht is op waardestijging en rendement bij normaal vermogensbeheer. Het verstrekken van rentedragende leningen aan de certificaathouder kan als beleggen worden aangemerkt, mits de risico’s acceptabel zijn. De Inspecteur erkende dat de kredietwaardigheid en zekerheid zodanig zijn dat het risico minimaal is.
De beleidsregel van 18 augustus 2010, waarin een ander beleid wordt gevoerd over het begrip beleggen, bindt slechts de Inspecteur en kan niet tegen belastingplichtigen worden ingeroepen. Belanghebbende voldoet niet aan de 10%-norm uit deze beleidsregel, maar dat doet niet af aan de kwalificatie als beleggen.
Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar en stelde de aanslagen winstbelasting voor 2010 en 2011 op nihil vast. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De winstbelastingaanslagen voor 2010 en 2011 worden vernietigd en tot nihil vastgesteld omdat de geldleningen aan de certificaathouder kwalificeren als beleggen van vermogen.