ECLI:NL:OGEAA:2019:295
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing beslissing bezwaarschrift verblijfsvergunning gezinshereniging
Verzoekster diende op 12 oktober 2016 een aanvraag in voor een tijdelijke verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. Deze aanvraag werd bij beschikking van 3 februari 2017 afgewezen omdat de verblijfsvergunning van de vader was geweigerd. Verzoekster maakte hiertegen bezwaar op 10 maart 2017, maar ontving geen beslissing op haar bezwaarschrift.
Op 24 april 2019 verzocht verzoekster het gerecht om schorsing van de beslissing op haar bezwaarschrift, omdat zij spoedeisend belang meende te hebben vanwege een afwijzing van haar naturalisatieverzoek op 21 februari 2019. Verweerder stelde dat verzoekster geen beroepschrift had ingediend tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift.
De rechter oordeelde dat verzoekster de beroepstermijn van acht weken, die inging op het moment dat verweerder in gebreke raakte met beslissen, had laten verstrijken zonder beroep in te stellen. Toewijzing van het verzoek zou verzoekster een rechtsmiddel bieden dat zij inmiddels niet meer kan benutten, wat niet verenigbaar is met de systematiek van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
De rechter wees het verzoek daarom af, maar benadrukte dat verweerder nog steeds verplicht is om een beslissing te nemen op het bezwaarschrift. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de beslissing op het bezwaarschrift wordt afgewezen wegens verstrijken beroepstermijn.