ECLI:NL:OGEAA:2019:315
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening asiel wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Verzoeker, van Colombiaanse nationaliteit, diende een asielverzoek in Aruba in na zijn verwijdering wegens overschrijding verblijfsduur. Hij vreesde vervolging door de FARC vanwege het behoren tot een bepaalde sociale groep. Verweerder wees het verzoek af omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijk vervolgd zou worden of bescherming van de Colombiaanse overheid niet kon krijgen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) werd behandeld. De rechter overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en dat niet is gebleken dat verzoeker een reëel risico loopt op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De verklaringen van verzoeker waren onvoldoende onderbouwd en er waren geen incidenten na zijn verwijdering. Ook werd vastgesteld dat de algemene veiligheidssituatie in Venezuela niet zodanig is dat terugkeer onmogelijk is. Daarom werd het verzoek om schorsing van de beschikking afgewezen en is geen voorlopige voorziening getroffen.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de afwijzing van het asielverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van aannemelijke vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling.