ECLI:NL:OGEAA:2019:317
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening asiel wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, diende een asielverzoek in Aruba in, dat door verweerder werd afgewezen. Verzoekster stelde dat zij vreest voor vervolging vanwege een incident op het werk en agressie van de vader van haar kind. Het gerecht beoordeelde het verzoek tot schorsing van de afwijzing op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Het gerecht oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft in Venezuela. Het incident op het werk was een eenmalige gebeurtenis en verzoekster heeft daarna ongestoord kunnen verblijven en werken. Ook was niet aannemelijk dat zij bescherming ontving of nodig had tegen huiselijk geweld. Daarnaast is niet gebleken dat zij een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
Hoewel de algemene veiligheidssituatie in Venezuela zorgelijk is, is niet aannemelijk dat verzoekster hierdoor een bijzondere bedreiging loopt. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 3 mei 2019 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen gegronde vrees voor vervolging of onmenselijke behandeling aannemelijk is gemaakt.