ECLI:NL:OGEAA:2019:318
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf en gezinsleven
Verzoekster, van Colombiaanse nationaliteit, verblijft sinds 14 augustus 2017 zonder geldige verblijfsvergunning op Aruba. Verweerder heeft op 27 maart 2019 een bevel tot uitzetting gegeven nadat verzoekster werd aangetroffen zonder geldige verblijfsstatus. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om schorsing van het bevel op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Verzoekster stelt dat zij haar gezinsleven met de minderjarige Colombiaanse familielid op Aruba wil uitoefenen. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster niet de moeder maar de tante is van de minderjarige en dat ook de minderjarige geen Arubaanse verblijfsvergunning heeft. Er is geen belemmering om het gezinsleven in Colombia voort te zetten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid tot uitzetting. Er is geen grond voor schorsing van het bevel. Het verzoek wordt afgewezen en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen omdat verzoekster illegaal verblijft en het gezinsleven in Aruba niet hoeft te worden toegestaan.