ECLI:NL:OGEAA:2019:323
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing uitzettingsbevel illegale vreemdeling Aruba
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is begin maart 2019 illegaal Aruba binnengekomen en zonder geldige verblijfstitel aangetroffen. Na zijn aanhouding heeft hij een asielverzoek ingediend, maar dit gebeurde niet direct bij aankomst. Verweerder heeft op 26 maart 2019 een bevel tot uitzetting uitgevaardigd met een vertrektermijn van nul dagen en een inbewaringstelling.
Verzoeker heeft tegen het uitzettingsbevel bezwaar gemaakt en tevens een verzoek tot schorsing ingediend op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Hij stelde dat het asielverzoek recht geeft op verblijf tot een beslissing en dat het ontbreken van een correcte vertrektermijn het bevel ongeldig maakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het indienen van een asielverzoek het bevel niet doet vervallen, maar slechts een tijdelijke uitzettingsbelemmering inhoudt. De vertrektermijn van nul dagen is wettelijk toegestaan en het ontbreken van een duidelijke termijn kan in de bezwaarprocedure worden hersteld. Omdat verzoeker inmiddels op vrije voeten is gesteld, is het verzoek tot opheffing van de bewaring niet relevant.
Gelet op deze overwegingen bestaat geen grond voor schorsing van het uitzettingsbevel en wordt het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen en het bevel blijft van kracht.