ECLI:NL:OGEAA:2019:347

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
17 juni 2019
Zaaknummer
AUA201900853
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BW ArubaArt. 1:263 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige wegens verwaarlozing

Uit het huwelijk tussen de ouders is een minderjarige geboren in 2010 in Haïti. De moeder woont sinds 2013 in Aruba, de minderjarige sinds 2016, terwijl de vader in Haïti verblijft. Eerder zijn de ouders uit het gezag geschorst en is de minderjarige uit huis geplaatst in het kindertehuis Imeldahof.

De Voogdijraad verzoekt om ondertoezichtstelling van de minderjarige voor één jaar en om voortzetting van de plaatsing in het kindertehuis. Uit rapportage blijkt dat de minderjarige sociale problemen heeft en dat de moeder hem fysiek en emotioneel verwaarloost, mede doordat zij hem disciplineert door te slaan en hem vaak alleen thuis laat.

Het gerecht oordeelt dat de minderjarige onder de huidige omstandigheden wordt bedreigd in zijn zedelijke en lichamelijke ontwikkeling en dat ondertoezichtstelling met passende hulpverlening noodzakelijk is. Tevens wordt de voortzetting van de opname in het kindertehuis Imeldahof als noodzakelijk beschouwd in het belang van zijn verzorging en opvoeding.

De beschikking stelt de minderjarige voor de duur van één jaar onder toezicht, benoemt een gezinsvoogdes en beveelt de plaatsing in het kindertehuis, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor één jaar onder toezicht gesteld en geplaatst in het kindertehuis Imeldahof wegens fysieke en emotionele verwaarlozing.

Uitspraak

Beschikking van 11 juni 2019
behorend bij EJ nr. AUA201900853
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Haïti,
Belanghebbenden:
[moeder], de moeder,
[vader], de vader, wonende in Haïti,
[voorgestelde gezinsvoogdes], de voorgestelde gezinses.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 15 maart 2019,
de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 30 april 2019, waar zijn verschenen de moeder in persoon, de voorgestelde gezinsvoogdes en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, de heer [raadsonderzoeker]. De

2.DE FEITEN

2.1
Uit het huwelijk tussen de vader en de moeder is [minderjarige] op [geboortedatum] 2010 in Haïti geboren. De ouders oefenen het gezag gezamenlijk uit.
2.2
De moeder woont vanaf het jaar 2013 in Aruba en de minderjarige vanaf het jaar 2016. De vader woont in Haïti en heeft nimmer in Aruba gewoond.
2.3
Bij beschikking van dit gerecht van 11 september 2018 (AUA201801837) zijn de ouders uit het gezag over de minderjarige geschorst, en is de minderjarige voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd. De minderjarige is toen uit huis geplaatst en in het Kindertehuis Imeldahof geplaatst.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar. Tevens wordt de plaatsing van de minderjarige in het kindertehuis Imeldahof verzocht.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
In het rapport van de Voogdijraad staat het volgende.
Bij de minderjarige is sprake van gebrek aan sociale vaardigheden en overschrijdend seksueel getint gedrag. Tussen de minderjarige en de moeder bestaat geen affectieve band. De minderjarige heeft te kennen gegeven dat hij het liefst in het Imeldahof wil blijven wonen, omdat hij daar altijd te eten krijgt, vrienden heeft en aandacht krijgt van de leidsters. De moeder werkt zes dagen in de week, van 8.00 uur tot 18.00 uur, en de minderjarige bleef dan alleen thuis. Zij kan de minderjarige niet aan en disciplineert hem door te slaan. Zij heeft geen inzicht in de ontwikkelingsbehoeftes van de minderjarige, en mist de vaardigheden om de ernst van de situatie in te schatten. Ze staat wel open voor hulp en begeleiding.
Geconcludeerd wordt dat de minderjarige zowel fysiek als emotioneel wordt verwaarloosd, en dat hij onder de huidige omstandigheden met zedelijke en lichamelijke ondergang wordt bedreigd.
4.3
Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat een ondertoezichtstelling, binnen welk kader de benodigde hulpverlening wordt opgestart, daarom aangewezen.
4.4
Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de rechter het kind doen opnemen in een door hem aan te wijzen inrichting of elders dan in een inrichting indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is. Gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is dat hij wordt opgenomen in het kindertehuis Imeldahof.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
stelt [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Haïti, onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden,
benoemt [voorgestelde gezinsvoogdes] tot gezinsvoogdes,
beveelt de plaatsing van de minderjarige in het kindertehuis Imeldahof, voor de duur van één jaar ingaande heden,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op dinsdag 11 juni 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.