ECLI:NL:OGEAA:2019:350
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijke beëindiging arbeidsovereenkomst door Land Aruba
Verzoekster was sinds 2013 in dienst van het Land Aruba op basis van telkens eenjarige arbeidsovereenkomsten. In september 2017 werd een verlenging van haar dienstverband voor de periode van 7 december 2017 tot 6 december 2018 goedgekeurd. Verzoekster stelde dat haar arbeidsovereenkomst als een duurovereenkomst moest worden gekwalificeerd en dat de beëindiging door het Land kennelijk onredelijk en onaanvaardbaar was.
Het Gerecht oordeelde dat er geen sprake was van een stilzwijgende verlenging en dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig voor bepaalde tijd was aangegaan, welke van rechtswege eindigde op 7 december 2018 zonder opzegging. Het Land had de arbeidsovereenkomst niet beëindigd, waardoor geen sprake kon zijn van een kennelijk onredelijke beëindiging.
Daarom werden de vorderingen van verzoekster tot herstel van het dienstverband, loonbetaling en vergoeding afgewezen. Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten van het Land. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2019.
Uitkomst: De vorderingen van verzoekster worden afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig van rechtswege is geëindigd.