ECLI:NL:OGEAA:2019:360
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering Volkskredietbank en verzoek kosteloos procederen afgehandeld
De Volkskredietbank van Aruba vordert betaling van een bedrag van Afl. 5.572,38, vermeerderd met Afl. 557,24 aan buitengerechtelijke incassokosten, van [gedaagde]. Deze laatste voert verweer en verzoekt om kosteloos procederen.
Tijdens de comparitie op 8 maart 2019 verschenen beide partijen met hun gemachtigden. [gedaagde] trok zijn beroep op verjaring in, waardoor het Gerecht de hoofdsom toewijst. Ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen, aangezien de bank meer werkzaamheden heeft verricht dan standaard proceskostenregels toelaten.
[gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op Afl. 100,-- aan verschotten en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde. Het verzoek tot kosteloos procederen wordt gehonoreerd op grond van een door een bevoegde instantie verstrekt bewijs van onvermogen. De Landsverordening kosteloze rechtskundige bijstand sluit dit niet uit.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bij vervroeging uitgesproken op 19 juni 2019.
Uitkomst: [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de vordering en krijgt verlof tot kosteloos procederen.