Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Tijdstip van genieten
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende was tot november 2012 in dienst bij een onderneming die haar activiteiten staakte. Een sociaal plan voorzag in beëindigingsvergoedingen voor werknemers die instemden met beëindiging van hun arbeidsovereenkomst in 2012. Belanghebbende en anderen stemden niet in en hun arbeidsovereenkomst werd door het Gerecht in Eerste Aanleg ontbonden per 17 januari 2013, waarna de vergoeding begin 2013 werd uitbetaald.
Belanghebbende stelde dat de beëindigingsvergoeding in 2012 was genoten en beriep zich op een spreidingsregeling die belastingheffing over nabetalingen over meerdere jaren zou spreiden. De Inspecteur hield de vergoeding echter belast in 2013. Het Gerecht oordeelde dat de vergoeding pas in 2013 vorderbaar en inbaar werd, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst pas toen definitief was. De spreidingsregeling beïnvloedt alleen de berekening van de belasting, niet het jaar van heffing.
Verder wees het Gerecht het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat de situatie van belanghebbende wezenlijk verschilt van die van collega’s die in 2012 al hun vergoeding ontvingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing 2013 werden bevestigd.
Uitkomst: De beëindigingsvergoeding wordt belast in 2013, het jaar van uitbetaling, en het beroep wordt ongegrond verklaard.