ECLI:NL:OGEAA:2019:381
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering en bewijsopdracht in handelsgeschil tussen Galox en Rehobot Fashion
In deze civiele procedure tussen Galox N.V. en Rehobot Fashion N.V. stond een vordering tot betaling van een geldsom en de bewijsopdracht omtrent de schending van een contractuele bepaling centraal.
Rehobot stelde dat Galox niet langer gerechtigd was de vordering te innen vanwege een cessie aan de Arubabank, maar dit verweer werd als te laat ingebracht en terzijde gesteld. De bewijsopdracht om aan te tonen dat Galox artikel 4 van Pro de overeenkomst had geschonden, werd niet als geslaagd beschouwd, mede vanwege onvoldoende overtuigend bewijs en de verklaring van een getuige.
Het gerecht oordeelde dat de vordering van Galox tot betaling van het bedrag van Afl. 125.636,36, vermeerderd met contractuele boetes en rente, toewijsbaar was. De vordering tot schadevergoeding wegens te late betaling werd afgewezen omdat deze schade zich vertaalde in de contractuele boete en rente. Rehobot werd veroordeeld in de proceskosten en de veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Rehobot wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, boetes en rente aan Galox, terwijl haar verweren en reconventionele vorderingen worden afgewezen.