ECLI:NL:OGEAA:2019:390

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 juli 2019
Publicatiedatum
8 juli 2019
Zaaknummer
AUA201703312
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig ouderlijk gezag aan vader en vaststelling omgangsregeling

In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 2 juli 2019 een beschikking gegeven betreffende het ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2009. De vader, verzoeker in deze procedure, voerde de volledige verzorging van het kind uit. De moeder was niet verschenen en had geen bekende verblijfplaats.

De Voogdijraad rapporteerde op 25 maart 2019 dat er geen communicatie tussen de ouders was en adviseerde het gezag aan de vader toe te kennen. Tevens bleek uit het rapport dat de minderjarige emotioneel mishandeld werd door de moeder, wat tot trauma’s had geleid. Het gerecht oordeelde dat gezamenlijk gezag niet langer haalbaar was vanwege het ontbreken van positieve communicatie en het risico dat het kind klem zou raken tussen de ouders.

Het gerecht besloot het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen en stelde een omgangsregeling vast waarbij de moeder wekelijks op vrijdag om 17:00 uur contact heeft met het kind via videocall of telefoon, onder toezicht van de vader. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: Het eenhoofdig ouderlijk gezag wordt aan de vader toegekend en een beperkte omgangsregeling met de moeder vastgesteld.

Uitspraak

Beschikking van 2 juli 2019
behorend bij EJ nr. AUA201703312
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak tussen:
[naam verzoeker],
wonende in Aruba, [adres],
VERZOEKER, hierna de vader,
procederende in persoon,
tegen
[naam verweerster],
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats op Aruba of elders,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
niet verschenen.

1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 16 oktober 2018.
De verdere procedure blijkt uit:
- het rapport van de Voogdijraad van 25 maart 2019;
- de mondelinge behandeling van 7 mei 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vader in persoon en namens de Voogdijraad mevrouw [naam raadsonderzoeker].
De uitspraak .

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Ouderlijk gezag
2.1.1
In zijn rapport van 25 maart 2019 heeft de Voogdijraad geschreven dat er geen communicatie tussen de ouders is en geadviseerd om de vader voortaan alleen met het gezag over de minderjarige te belasten. Momenteel voert vader de volledige verzorging van de minderjarige uit. Verder blijkt uit het rapport dat er sprake is van een verstoorde ouder-kind relatie met de moeder. De minderjarige wordt emotioneel mishandeld door moeder waardoor de minderjarige trauma’s heeft opgelopen.
2.1.2
Uitgangspunt is, dat het gezamenlijk gezag na echtscheiding doorloopt en dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van de kinderen vereist dat één van de ouders met het gezag belast wordt. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans daartoe in staat mogen worden geacht, binnen redelijke termijn. Een en ander vereist een minimaal vermogen tot positieve communicatie tussen de ouders. Daar ontbreekt het in dit geval aan.
2.1.3
Het gerecht is van oordeel dat er gelet op het vorenstaande een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarige klem of verloren raakt tussen de ouders indien zij het gezamenlijk gezag zouden blijven uitoefenen, terwijl gelet op het verleden, hierin binnen afzienbare tijd ook geen verbetering valt te verwachten. Het is naar het oordeel van het gerecht dan ook in het belang van de minderjarige noodzakelijk dat de vader het eenhoofdig gezag over haar zal uitoefenen.
2.2
Gewone verblijfplaats en omgang
2.2.1
De Voogdijraad heeft geadviseerd om de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij de vader te bepalen. Omdat het eenhoofdig gezag impliceert dat de vader zelfstandig kan bepalen dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij hem is, zal het gerecht het verzoek ter zake van de hoofdverblijfplaats bij gebrek aan belang afwijzen.
2.2.2
Uitgangspunt is dat het in het algemeen in het belang van een kind is te achten dat het contact heeft met de niet-verzorgende ouder en in beginsel hebben beiden ook recht op omgang met elkaar, tenzij zwaarwegende belangen van het kind zich daartegen verzetten.
De Voogdijraad heeft in zijn rapport een omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige voorgesteld.
2.2.3
Het gerecht zal gelet op het verhandelde ter zitting en conform het voorstel van de Voogdijraad en rekening houdende met het belang van de minderjarige de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige als volgt vaststellen. Elke vrijdag om 17:00 uur zullen de minderjarige en de moeder contact hebben via een videocall (Skype of FaceTime) of, als een videocall niet mogelijk is, via de telefoon. De moeder zal daartoe de minderjarige bellen. De vader zal tijdens het geprek op de achtergrond aanwezig zijn om te beoordelen of de benadering van de minderjarige door de moeder niet te emotioneel of agressief wordt. De contacten tussen de moeder en de minderjarige kunnen in de toekomst worden geïntensiveerd, indien dit - mede gezien de resultaten van de poliklinische behandeling van de minderjarige - wenselijk is.
2.4
De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt dat het ouderlijk gezag over [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in Aruba, alleen aan de vader [naam verzoeker] zal toekomen,
bepaalt de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige als volgt:
- elke vrijdag, om 17.00 uur een belafspraak zoals hiervoor in 2.2.3. omschreven,
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 2 juli 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.