Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
…)
Onderwerp: opzegging dienstverband
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker was sinds 2012 arbeidscontractant bij het Land Aruba en werkte onder meer bij de overheidsdienst SCB. Na de regeringswisseling in november 2017 werd de SCB opgeheven en zijn functies vervallen. Verzoeker vordert dat het ontslag kennelijk onredelijk is, met wedertewerkstelling en loonbetaling.
Het Land Aruba stelt dat de arbeidsovereenkomst van verzoeker eindigde van rechtswege na de regeerperiode van het Kabinet Eman II en dat het salaris uit coulance werd doorbetaald. Het Land beroept zich op het demissionaire karakter van het Kabinet Eman II bij de benoemingsbeslissing van verzoeker.
Het gerecht stelt vast dat verzoeker na het formele einde van de arbeidsovereenkomst werkzaamheden bleef verrichten, wat duidt op een stilzwijgende verlenging. Het ontslag voldoet niet aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, mede omdat het Land geen rekening hield met de positie van verzoeker als werknemer en geen (schade)vergoeding aanbood.
Vanwege de opheffing van de SCB is wedertewerkstelling feitelijk onmogelijk. Daarom kent het gerecht een vergoeding toe van circa drie maanden loon en veroordeelt het Land tot betaling van proceskosten. Het verzoek tot wedertewerkstelling en dwangsom wordt afgewezen.
Uitkomst: Het gerecht oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kent een vergoeding toe, maar wijst wedertewerkstelling af vanwege opheffing van de overheidsdienst.