Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
…)
Onderwerp: opzegging dienstverband
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker was sinds 2013 op basis van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst in dienst van het Land Aruba, met een overeenkomst die liep tot het einde van de regeerperiode van het Kabinet Eman II. Na de instelling van de overheidsdienst SCB en een ministerraadbesluit om verzoeker als ambtenaar in tijdelijke dienst te benoemen, trad het kabinet Eman II af en werd het kabinet Wever-Croes I geïnstalleerd. Verzoeker werkte nog enige tijd door na de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.
Het Land zegde het dienstverband op met een opzegtermijn, stellende dat het ontslag tijdens de demissionaire periode is genomen en daarom niet bindend is. Verzoeker vordert vernietiging van het ontslag, wedertewerkstelling en loonbetaling. De rechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend is verlengd en dat het ontslag kennelijk onredelijk is vanwege het ontbreken van een zwaarwegende grond en het niet naleven van redelijkheid en billijkheid.
Vanwege de opheffing van de SCB en het vervallen van functies is wedertewerkstelling feitelijk onmogelijk. Daarom wijst de rechter dit af, maar kent verzoeker een bruto vergoeding toe van circa twee maanden loon. Het Land wordt veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontslag is kennelijk onredelijk; verzoeker krijgt een bruto vergoeding van circa twee maanden loon, maar geen wedertewerkstelling.