ECLI:NL:OGEAA:2019:496

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
28 mei 2019
Publicatiedatum
15 augustus 2019
Zaaknummer
AUA201803825
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWAArt. 1:268 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing moeder van gezag over minderjarige kinderen en toewijzing voogdij aan Fundacion Guia Mi

De Voogdijraad verzocht de ontheffing van de moeder van het gezag over haar vier minderjarige kinderen. De moeder verscheen niet ter zitting en heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor wordt aangenomen dat zij zich niet tegen het verzoek verzet.

Uit het rapport van de gezinsvoogd en de zitting blijkt dat de moeder ongeschikt en onmachtig is haar opvoedingsplicht te vervullen. De drieling woont sinds oktober 2018 bij de grootmoeder en wil niet meer bij de moeder wonen. De verblijfstatus van de kinderen is niet geregeld, waardoor zij niet verzekerd zijn.

De ondertoezichtstelling van de kinderen is al ruim twee jaar van kracht en de gronden daarvoor zijn onverminderd aanwezig. Er is geen redelijk perspectief op terugplaatsing bij de moeder. Daarom is de maatregel van ondertoezichtstelling onvoldoende om de kinderen te beschermen.

Het gerecht acht de voorwaarden voor ontheffing van het gezag vervuld en wijst het verzoek toe. De voogdij wordt toegewezen aan Fundacion Guia Mi, die bereid is deze op zich te nemen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven op 28 mei 2019.

Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het gezag over haar vier minderjarige kinderen en de voogdij wordt toegewezen aan Fundacion Guia Mi.

Uitspraak

Beschikking van 28 mei 2019
Behorend bij EJ nr. AUA201803825
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
tegen
[VERWEERSTER],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna: de moeder,
niet verschenen,
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[naam vader van minderjarige 1], de vader van [naam minderjarige 1],
[naam minderjarige 1],geboren op [geboortedatum] 2001 in Aruba,
[naam minderjarige 2],geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
[naam minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
[naam minderjarige 4], geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
hierna samen te noemen: de minderjarigen,
FUNDACION GUIA MI,de voorgestelde voogd.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 27 november 2018,
  • de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 26 februari 2019, waar alleen de gezinsvoogd, [naam gezinsvoogd], aanwezig was. De moeder heeft ter zitting telefonisch aan [naam gezinsvoogd] te kennen gegeven dat zij aan het werk was en pas na het werk naar de zitting kon komen. De behandeling is vervolgens aangehouden tot later die dag om de moeder in de gelegenheid te stellen alsnog aanwezig te zijn. Desondanks is zij niet verschenen.
De uitspraak is nader bepaald op heden.
2.DE FEITEN
2.1
De minderjarige [naam minderjarige 1] is geboren uit de relatie tussen de moeder en de vader. Zij is door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uit.
2.2
Ten aanzien van de drieling [naam minderjarige 2], [naam minderjarige 3] en [naam minderjarige 3] staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het gezag over hen alleen uitoefent.
2.3
Bij beschikkingen van dit gerecht van 11 oktober 2016 en 28 november 2017 zijn de minderjarigen telkens voor de duur van één jaar onder toezicht gesteld, en is [naam gezinsvoogd] benoemd als gezinsvoogdes.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe de moeder van het gezag over de minderjarigen te ontheffen.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ingevolge artikel 1:266 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan de rechter - op verzoek van de Voogdijraad - een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet. Artikel 1:268, lid 1 BWA bepaalt – voor zover hier van belang – dat ontheffing niet wordt uitgesproken, indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel leidt slechts uitzondering indien er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 2, onder a tot en met d, van dit artikel.
4.2
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend en is ook niet ter zitting verschenen. Het gerecht zal gelet hierop ervan uitgaan dat zij zich niet tegen het verzoek verzet.
4.3
In het rapport van 25 oktober 2018 en ter zitting heeft de gezinsvoogd vermeld dat de moeder in september 2018 te kennen heeft gegeven dat zij de opvoeding van haar kinderen niet aankan. De moeder noch de gezinsvoogd weet waar [naam minderjarige 1] verblijft. De drieling woont sinds oktober 2018 bij de grootmoeder en elk van de drieling heeft te kennen gegeven niet meer bij de moeder te willen wonen. De moeder heeft de verblijfstatus van de drieling nimmer geregeld, zodat de minderjarigen geen verblijfsvergunning hebben en niet via de AZV verzekerd zijn.
4.4
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende vast komen te staan dat de moeder ongeschikt en onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarigen te vervullen. Beoordeeld dient dan te worden of één van de situaties genoemd in artikel 1:268 lid 2 BWA Pro zich voordoet.
4.5
Gebleken is dat de gronden voor de ondertoezichtstelling thans – na ruim twee jaar – nog onverminderd aanwezig zijn. Voorts is gebleken dat er geen redelijk perspectief bestaat voor terugplaatsing van de minderjarigen bij de moeder.
4.6
Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat de maatregel van ondertoezichtstelling, door de ongeschiktheid en onmacht van de moeder om haar plicht te vervullen, onvoldoende is om de minderjarigen voor zedelijke of lichamelijke ondergang te behoeden. Aan de voorwaarden tot ontheffing genoemd in artikel 1:266 jo Pro 1:268 lid 2 aanhef en sub a BWA is dan ook voldaan, zodat het gerecht de verzochte ontheffing in het belang van de minderjarigen zal uitspreken.
4.7
In het gezag over de minderjarige dient dan te worden voorzien. De Fundacion Guia Mi is bereid de voogdij over de minderjarigen te aanvaarden. Nu overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van de Voogdijraad om de Fundacion Guia Mi te belasten met de voogdij, toewijzen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
ontheft de moeder [verweerster] van het gezag over:
[naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2001 in Aruba,
[naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
[naam minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
[naam minderjarige 4], geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
draagt aan de Fundacion Guia Mi de voogdij op over de minderjarigen voornoemd,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 28 mei 2019 door de rechter mr. N.K. Engelbrecht, in tegenwoordigheid van de griffier.