ECLI:NL:OGEAA:2019:521
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering herstel arbeidsovereenkomst na afloop bepaalde tijd tijdens arbeidsongeschiktheid
Eiseres had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van drie jaar met het Land Aruba, ingaande 1 april 2016. Vanaf 1 april 2019 was eiseres arbeidsongeschikt en heeft zij niet meer gewerkt noch loon ontvangen. Eiseres vorderde herstel van de dienstbetrekking en doorbetaling van loon, stellende dat beëindiging in strijd was met beginselen van behoorlijk bestuur en comptabele wetgeving.
Het Gerecht oordeelde dat het tweede lid van artikel 7A:1613y BW niet van toepassing was omdat partijen niet waren overeengekomen dat dit het geval was. De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve rechtsgeldig van rechtswege op 31 maart 2019 zonder opzegging. De arbeidsongeschiktheid van eiseres maakte dit niet anders. Er was geen sprake van stilzwijgende voortzetting, aangezien eiseres na die datum niet werkte en geen loon ontving.
Aan mogelijke gunstige beslissingen van de Ministerraad, waaraan geen uitvoering was gegeven, kon eiseres geen rechten ontlenen. Het Gerecht verwachtte in een bodemprocedure dat de vorderingen van eiseres zouden worden afgewezen en zag geen zwaarwegende belangen die een ander oordeel rechtvaardigden. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat het Land werd vertegenwoordigd door een eigen ambtenaar.
Uitkomst: Vordering tot herstel arbeidsovereenkomst en doorbetaling loon wordt afgewezen; arbeidsovereenkomst eindigde rechtsgeldig van rechtswege.