Appellante diende een bezwaarschrift in tegen een administratieve boetebeschikking van 14 september 2015. Dit bezwaarschrift werd echter pas op 27 oktober 2015 ingediend, één dag te laat volgens de wettelijke termijn van zes weken.
Het gerecht oordeelt dat de bepalingen over de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift van openbare orde zijn en niet buiten beschouwing kunnen worden gelaten. De eerdere uitspraken waarin het bezwaar ontvankelijk werd geacht, betroffen andere procedures en bevatten geen oordeel over de ontvankelijkheid van dit bezwaarschrift.
De door appellante aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen verschoonbare termijnoverschrijding. Het bezwaarschrift wordt terecht als zodanig aangemerkt en niet als een verzoek tot terugkomen op de beschikking.
Daarom wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, de beslissing op bezwaar vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van het griffierecht.