United Trust Management (UTM) kreeg van de Centrale Bank van Aruba een bestuurlijke boete van 50.000 gulden opgelegd wegens het niet melden van ten minste negentig ongebruikelijke transacties aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) in de periode van januari tot april 2015. UTM stelde dat het ging om een menselijke vergissing en dat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij tot 1 juni 2015 kon melden. Tevens stelde zij dat de boete haar eigendomsrecht schond en haar economische levensvatbaarheid bedreigde.
De Centrale Bank stelde dat UTM bekend was met de wettelijke verplichtingen en dat het niet melden een ernstige overtreding was die het vertrouwen in het financiële stelsel schaadde. De Bank had rekening gehouden met de beperkte draagkracht van UTM door de boete te verlagen tot 10% van het basisbedrag.
Het gerecht oordeelde dat UTM geacht wordt de wet te kennen en dat de overtreding een kernbepaling van de Landsverordening voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (Lwtf) betreft. De Bank mocht de boete opleggen gezien de ernst, duur en omvang van de overtreding. De stelling dat het eigendomsrecht werd geschonden werd verworpen omdat het boetestelsel een gerechtvaardigd algemeen belang dient. De matiging van de boete was passend en verdere verlaging niet nodig. Het beroep werd ongegrond verklaard.