ECLI:NL:OGEAA:2019:527
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing uitzettingsbevel ondanks lopend asielverzoek
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, verblijft sinds 19 augustus 2017 zonder geldige verblijfsvergunning op Aruba. Op 4 december 2018 heeft hij een asielaanvraag ingediend, waarop nog geen beslissing is genomen. Verweerder, de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, heeft op 31 juli 2019 een uitzettingsbevel uitgevaardigd wegens illegaal verblijf.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het uitzettingsbevel en vervolgens een verzoek ingediend tot schorsing van de uitvoering van het bevel op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). De voorzieningenrechter oordeelt dat het indienen van een asielverzoek op zichzelf geen reden is om het uitzettingsbevel te schorsen, omdat het vluchtelingenrechtelijke verbod op refoulement pas relevant wordt bij een definitieve afwijzing van het asielverzoek.
De rechter stelt vast dat verzoeker voorafgaand aan het bevel is gehoord en dat de beschikking in zijn landstaal is toegelicht. Omdat verzoeker sinds 19 augustus 2017 zonder geldige verblijfsvergunning verblijft, is de minister bevoegd tot uitzetting. Het verzoek tot schorsing wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen.