ECLI:NL:OGEAA:2019:528
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voortduren bewaring in asielprocedure
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, werd op 31 juli 2019 in bewaring gesteld door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. De rechter-commissaris verklaarde op 2 augustus 2019 de vrijheidsontneming rechtmatig. Verzoeker diende op 8 augustus 2019 een verzoek in tot opheffing van de bewaring op grond van artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu).
Tijdens de zitting van 19 augustus 2019 verscheen verzoeker met zijn gemachtigde, terwijl de minister niet kwam opdagen. De rechter-commissaris beoordeelde of het voortduren van de bewaring rechtmatig was, waarbij werd meegewogen dat verzoeker op 4 december 2018 een asielaanvraag had ingediend en op 14 augustus 2019 in het kader van die procedure was gehoord.
De rechter-commissaris stelde dat het enkel indienen van een asielverzoek niet automatisch onrechtmatigheid van de bewaring betekent. De asielprocedure vormt slechts een tijdelijke uitzettingsbelemmering en dient voortvarend te worden behandeld. Gezien de recente hoorzitting in de asielprocedure achtte de rechter-commissaris het voortduren van de bewaring rechtmatig en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de bewaring wordt afgewezen omdat het voortduren van de bewaring rechtmatig is.