Appellante heeft een vergunningaanvraag ingediend voor het verplaatsen van haar eenmanszaak. Na afwijzing van het verzoek en het indienen van bezwaar, bleef een beslissing op het bezwaar uit. Appellante stelde daarop beroep in tegen het uitblijven van een beslissing.
Het gerecht oordeelt dat de fictieve afwijzing van het bezwaar niet in stand kan blijven omdat er nog geen reële beslissing was genomen ten tijde van het sluiten van het onderzoek. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.
Verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een reële beslissing te nemen op het bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante en wordt het griffierecht aan appellante terugbetaald.
De uitspraak is gedaan door rechter A.J.H. van Suilen op 19 augustus 2019 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.