ECLI:NL:OGEAA:2019:534
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, verbleef sinds 2 maart 2017 zonder geldige verblijfsvergunning in Aruba. Na afwijzing van haar eerdere aanvraag tot tijdelijk verblijf en het opleggen van een terugkeerverbod, werd een uitzettingsbevel tegen haar uitgevaardigd. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit bevel en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitzetting te schorsen, zodat zij in Aruba kon blijven wachten op de beslissing op haar bezwaar.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) de minister bevoegd is tot uitzetting van personen zonder geldige verblijfsvergunning. Verzoekster had niet aannemelijk gemaakt dat haar aanvraag om verblijf alsnog zou worden ingewilligd, mede omdat het beleid is dat eerste aanvragen worden afgewezen als de vreemdeling de beslissing niet in het buitenland afwacht. De aanvraag van 21 juni 2019 was inmiddels ook afgewezen.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat verzoekster niet kon aantonen dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de minister geen uitzettingsbevel zou geven. Gezien deze omstandigheden bestond geen grond voor schorsing van het uitzettingsbevel. Het verzoek werd daarom afgewezen. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen.