ECLI:NL:OGEAA:2019:549
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel op Aruba
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is op 25 januari 2016 als toerist Aruba binnengekomen en verblijft sinds 25 februari 2016 zonder geldige verblijfstitel. De minister van Justitie, Veiligheid en Integratie heeft op 4 juli 2019 een uitzettingsbevel tegen verzoeker uitgevaardigd. Verzoeker maakte bezwaar en diende op 25 juli 2019 een verzoek in tot schorsing van dit bevel op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Tijdens de zitting van 14 augustus 2019 heeft verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn verzoek toegelicht. Hij stelde dat zijn asielaanvraag, ingediend op 22 juli 2019, en de situatie in Venezuela een uitzetting in de weg staan. Verweerder voerde aan dat het uitzettingsbevel terecht is gegeven omdat verzoeker illegaal verblijft en niet is ingeschreven in de registers.
De voorzieningenrechter overweegt dat het uitzettingsbevel krachtens artikel 15 van Pro de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) terecht is uitgevaardigd. Het indienen van een asielverzoek leidt niet tot vervallen van het bevel, maar tot een tijdelijke uitzettingsbelemmering totdat op het asielverzoek is beslist. Gezien het ontbreken van een onevenredig nadeel wordt het verzoek tot schorsing afgewezen. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen.